De kleine Johannes

BIJ DE KLEINE JOHANNES

Frederik van Eeden was een der grote mensfiguren uit de negentiende-twintigste eeuw. Indien men zich zijn eerste grote werk, de KLEINE JOHANNES, denkt naast zijn latere grote letterkundige werken en naast zijn dichtwerk met mensenmateriaal, die de stichtingen WALDEN te Bussum en de VAN EEDEN-COLONY te Wilmington in de Ver. Staten, waren, zal de KLEINE JOHANNES allicht geacht worden zich als jongelingsarbeid te kenmerken.

Van menig groot auteur nu, is, louter (letterkundige-) kunstkundig beoordeeld, het jongelingswerk zijn beste werk gebleken. In zover als, in 't algemeen, de jongelingstijd tenzij de mooiste, een der aller-mooiste perioden van een mensenleven genoemd kan worden, is de KLEINE JOHANNES zoiets uitnemends, omdat dit boek is een, niet realistisch-directe, maar poetisch-psychische afbeelding van het kinder-geestesleven en dit vanuit de rijping tot volwassenheid van een jongelingsgeest.

In de levenswerkelijkheid bestaat niet het leven van Johannes, zoals ons dat hier wordt voorgesteld; maar voor de kleine zelf bestaat het evenzéér als de inhoud der sprookjes, die hij met gloeiende wangen en ogen heeft beluisterd. Hij beleeft nu eenvoudig zelf zo een sprookje als waarvan de waarheid hem meer dan eens zo in extase heeft gebracht.

Als men in de, zakelijk historiografisch gesproken, 'mislukt' te noemen proeven van ideale maatschappij-constructie WALDEN en de COLONY, sprookjes ziet, die de oudere Van Eeden in de werkelijkheid dacht te doen leven, - zijn deze stichtingen voortgekomen uit een opleving in de dichter van de heerlijke jongelingsgeest, waardoor het tragisch einde een subliem karakter verkrijgt.


Haarlem, oktober 1949

Lodewijk van Deyssel

LODEWIJK VAN DEYSSEL


 

 

Make a Free Website with Yola.