De kleine Johannes – Mysterium, tremendum & fascinans

 Het numineuze


Twee maanden voordat de De kleine Johannes voor het eerst het licht zag, schreef Frederik van Eeden in zijn dagboek (iets ingekort):

Vlakbij zag ik zijn blik in de mijne en zijn bleke gelaat opgeheven in het matte schemerlicht. Zijn gelaat was het mijne, als in een spiegel. Ik ging door en het was alsof een kille schaduw op mij viel – als een ijle mist ging de gestalte door mij heen en het duizelde mij. Ik zag als in een afgrond, in de ruimte van duizend eeuwen. Toen liep ik weer alleen onder de stille wolken, naast de schuimende zee en ik wist wie achter mij verder ging. Ver bleef de nevel vóór mij en mijn weg wisselde niet; – maar de gestalte verdween in de nevel, – voor altijd. –

Van Eeden noemt het: Geen mystieke aantrekking maar directe opstuwing’.

Is hier, net zoals de ervaring die Jan Ligthart beschrijft in Bewoner van twee werelden op pagina 143 van deze uitgave, sprake van een numineuze ervaring?

Name ist Schall und Rauch, maar het is dit ervaringsgerichte dat De kleine Johannes laat passen in een fonds waarin Mircea Eliade, William James en Rudolf Otto vertegenwoordigd zijn. Al het werkelijke moet ergens ervaarbaar zijn, en alles wat ervaren wordt moet ergens werkelijk zijn schreef William James. En Rudolf Otto opent Het heilige met hetzelfde woord van Faust waarmee Jan Ligthart zijn bewonderende analyse afsluit. Rudolf Otto zegt het zo:

Het gevoel van dit mysterie kan met milde stroom het innerlijk vervullen in de vorm van de verheven stille stemming van verzonken aandacht. Het kan overgaan in een rustig vloeiende gestemdheid van de ziel die lang aanhoudt en natrilt, tot zij uiteindelijk wegsterft en de ziel weer in het profane, het alledaagse achterlaat. Het kan ook plotseling uit de ziel naar voren breken. Het heeft zijn ruwe eerste uitingen en laagste vormen. En het ontwikkelt zich tot een teer, gelouterd en opgetogen gevoel. Het kan worden tot het stille en deemoedige huiveren en verstommen van het schepsel voor het – ja waarvoor? Voor wat in onuitsprekelijke geheimenis boven alle schepselen is. Zo zeggen wij het, om toch iets te zeggen. Het springt echter onmiddellijk weer in het oog dat wij daarmee eigenlijk niets zeggen. Mysterium is niets anders dan de naam voor het verborgene, het onbekende, niet begrepene en verstane, niet alledaagse, niet vertrouwde, zonder dat dit nader kan worden bepaald. Toch is er iets mee bedoeld dat positief is. Dit positieve wordt louter in gevoelens beleefd en deze gevoelens kunnen we ook wel verduidelijken door ze gelijktijdig te laten doorklinken. 


 

Make a Free Website with Yola.